Onderzoeken in de zwangerschap

Bloedtest

Bloed wordt afgenomen bij je eerste prenatale controle.

Je bloed wordt getest op bloedgroep, resusfactor (negatief of positief) en antistoffen.  Tevens wordt het aantal bloedplaatjes bepaald welke een belangrijke rol spelen bij de bloedstolling (niet onbelangrijk bij o.a. de bevalling). Seksueel overdraagbare aandoeningen als herpes, chlamydia, syfilis, hepatitis-B of aids kunnen een gevaar zijn tijdens het verloop van je zwangerschap, daarom zal de arts ook hier op testen.

Er wordt ook gekeken of je immuun bent voor Rubella (rode hond). Meestal ben je hier al voor ingeënt of heb je deze ziekte al gehad toen je klein was en beschik je dus over antistoffen.

Is dit niet het geval dan word je aangeraden dit direct na de bevalling te laten doen. Het vermijden van mensen met de rode hond is tijdens de zwangerschap wel belangrijk. Rubella (Rode hond) kan tot ernstige misvormingen van de foetus leiden (zoals bijvoorbeeld doofheid).

Kattenliefhebbers

Een test die niet altijd standaard worden uitgevoerd is een test om te zien of je immuun bent voor toxoplasmose. Wanneer je een kat hebt die buiten komt of je (vaak) de kattenbak schoonmaakt kan je laten onderzoeken of je eerder in contact bent geweest met toxoplasma.

In het onderwijs (zorg)

Nog een test die niet voor iedereen bedoeld is, is een test op het cytomegalovirus (CMV). Deze test wordt aangeraden voor vrouwen die vaak in contact komen met (schoolgaande) kinderen die dit virus bij zich kunnen dragen. Door een bloedonderzoek wordt vastgesteld of je eerder hiermee in aanraking bent geweest.

Echografie

Bij een echografie, ofwel echo, wordt gebruik gemaakt van ultrasone geluidsgolven. Een 2-dimensionaal beeld wordt gevormd door de weerkaatsing van deze golven op de baby en baarmoeder.

Als je in je eerste trimester een echo laat maken is je baarmoeder nog erg klein. Je kan dan worden doorverwezen naar het ziekenhuis waar de dokter een vaginaal echoscopie onderzoek uitvoert door middel van een echosonde. Deze wordt vaginaal aangebracht en kan dichter bij de foetus komen. Hierdoor kan een veel duidelijker beeld ontstaan.

Een dergelijk onderzoek is niet pijnlijk en ook niet schadelijk voor de baby. Wat verder in de zwangerschap kan de echo via de buik plaatsvinden.

Normaal gesproken worden er gedurende je zwangerschap 2 maal een echografie gedaan. De eerste keer tussen de 8-12 weken, de tweede keer tussen de 19-22 weken.

De echografie helpt de volgende dingen vast te stellen:

* Is de foetus levensvatbaar (vanaf 6 weken valt een hartslag waar te nemen)
* Klopt de uitgerekende datum (groei van de baby)
* Aantal foetussen (meerlingen)
* Afwijkingen
* Plaats van de foetus
* Hoeveelheid vruchtwater

Bloedafname bij de foetus

Hierbij wordt bloed via een naald uit de navelstreng gehaald. De naald gaat door je buikwand en baarmoeder om bij de ader van de baby in de navelstreng te komen. Door deze tests worden aangeboren ziektes als hemofilie en chromosomale afwijkingen opgespoord.

Doppler-test

De Doppler-test kan een aanvulling zijn op de echografie. Met deze test kunnen problemen in de bloedvaten opgespoord worden door het meten van de snelheid van de bloedsomloop in de bloedvaten van de baby en moederkoek.

Foetoscopie

Een foetoscoop wordt door de buikwand in de baarmoeder gebracht. Daarmee kan de placenta en baby in de gaten gehouden worden en eventuele problemen ontdekt worden. Zo kunnen deze problemen als dat mogelijk is gecorrigeerd worden zodat de zwangerschap en ontwikkeling van de baby normaal verloopt. Deze techniek wordt alleen gebruikt als je baby een verhoogt risico loopt. Je hebt bij deze techniek 3 – 4% kans op een miskraam.

Tripple-test

Met deze test kan worden vastgesteld hoeveel risico de baby loopt om Down syndroom of aandoeningen als open ruggetje te hebben. Bij 16 weken is dit het beste op te sporen. Afgenomen bloed wordt onderzocht op de stoffen oestrogeen, HCG en AFP (soort eiwit). Naast de uitslag van deze test wordt de leeftijd van de toekomstige moeder en (familie) geschiedenis in acht genomen om de kans te berekenen. Deze test kan echter nooit 100% uitsluiting geven. Aan de hand van deze test kun je wel besluiten een vruchtwaterpunctie te doen om meer zekerheid te krijgen.

Vlokkentest

Via een prik door de buikwand haalt de gynaecoloog een stukje vlokkenplacenta weg wat vervolgens wordt onderzocht. Hiermee kunnen in het begin van de zwangerschap al bepaalde afwijkingen opgespoord worden. Tussen de 8e en 12e week kan op Downsyndroom of een stofwisselingsziekte gezocht worden. Deze test wordt niet bij iedereen zomaar uitgevoerd, risico op miskraam bij deze test is ongeveer 1 procent.

Vruchtwaterpunctie

Door deze test kunnen Chromosoomafwijkingen als Down syndroom rond de 16 weken worden opgespoord. De meeste puncties worden uitgevoerd bij vrouwen boven de 36 jaar, daarnaast bij vrouwen met een verhoogd risico (lettend op (familie)-geschiedenis). Door middel van een holle naald wordt via de buik vruchtwater uit de baarmoeder gehaald. De cellen uit dit vruchtwater worden onderzocht. Risico op miskraam bij deze test is ongeveer een half procent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge