DNA

Erfelijkheid van heupafwijkingen

Aangeboren heupdysplasie is een aandoening die doorgegeven kan worden via erfelijk materiaal. Deze aandoening komt voor bij 20 op de 1.000 mensen en is één van de meest voorkomende aangeboren aandoeningen.

HD vaker bij meisjes

Heupdysplasie komt vaker voor bij meisjes (80%) dan bij jongens en vaak gaat het om de linkerheup.
De kans op een heupaandoening is groter als het in de familie voorkomt of de baby in een stuitligging heeft gelegen (5 x grotere kans).

Preventief onderzoek

Als één van je ouders een aangeboren heupaandoening heeft is het aan te raden om door middel van een röntgenonderzoek te laten onderzoeken of jij dit ook hebt. Mocht je (meer) kinderen krijgen dan moeten deze door middel van echografie of röntgenonderzoek uitvoerig worden onderzocht. Als er bij jouw kind een heupaandoening wordt gevonden, dan is snel ingrijpen aan te raden, want hoe eerder je er bij bent des te groter de genezingskans. Lees hier meer over heupdysplasie en een spreidbroek.

Heeft je kindje een heupafwijking (gehad)? Dan wordt een volgend kindje daar ook meteen op gecontroleerd. Rond de 3 maanden krijg je vaak een verwijzing (of vraag er om!) voor een echo. Voor die tijd zal je kindje op het consultatiebureau al goed nagekeken worden. Ze letten o.a. op de soepelheid van de beentjes en de gelijke hoogte (of niet) van de bilplooi.

Hoe groot de kans is dat jij het doorgeeft aan je baby is moeilijk te zeggen, want behalve erfelijkheid kunnen ook omstandigheden van buitenaf meespelen.

Meer informatie over deze aandoening vind je op www.heupafwijkingen.nl

Reageer

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.